ik kan mezelf geen plaats geven in deze wereld, waarin het leven
zich redeloos en gewelddadig voortschrijdt als een onophoudelijke
ondraaglijke worsteling. (....)
deze worsteling vormt een thematische basis van mijn werk. ik onderzoek hierin de 'leegte', maar tevens het ‘volledige’. de tegenstrijdigheid hiervan wordt behelst door het griekse woord ‘deinos’ (zoals gebruikt door bijvoorbeeld Homeros in Iliad) dat zowel ‘geweldig / groots / fantastisch’ als ‘vreselijk / afschuwelijk / angstaanjagend’ kan betekenen. de betekenis ervan wordt bepaald door zijn omliggende context, maar doordat de omliggende context subjectief gevormd wordt door het individu (de perspectivistische waarheid), is die context immer aan verandering onderhevig.
tussen de uitersten van de tegenstrijdigheid ligt een overgangsgebied,
en dit overgangsgebied ligt verscholen in de ontelbaar vele
betekenissen van de onnoemelijk vele contexten. dit gebied is
ongrijpbaar, niet gefixeerd op een specifiek begrip of uitleg,
het is verre van eenduidig. vergelijkbaar met het aanbreken van de
dag (de dageraad), of het invallen van de nacht (de schemering).
binnen dit overgangsgebied is een moment waarop de tegenstrijdigheid
zichzelf omsluit, het Moment. het onderzoek naar dit Moment is een
centraal onderwerp in mijn werk. de context van mijn werk is niet
absoluut, de betekenis niet universeel. tegelijkertijd is er een
verlangen naar de ervaring van dat absolute en universele, dat
ingesloten ligt in het Moment. het sleutelwoord hierin is religie.
religie binnen de etymologie, vanuit de latijnse betekenis ‘re-ligio’
of ‘re-ligare’ : ‘opnieuw verbinden’. het opnieuw verbinden van de
‘leegte’ met het ‘volledige’, het ervaren van het Moment dat daarin
ontstaat, en de verwarring die optreedt door de onoplosbare tegenstrijdigheid,
de ogenschijnlijke onmogelijkheid van dat Moment.