...koning Midas vraagt aan de wijze woudgod Silenos wat het hoogste goed is voor een mens, waarop Silenos antwoordt : het hoogste goed voor een mens is niet geboren zijn en het op een na hoogste goed, omdat de mens nu eenmaal al geboren is, zo spoedig mogelijk te sterven...
Het leven is een toevallige aangelegenheid. Jij, als lezer, hebt nooit de vrijwillige keuze gemaakt, sterker nog, die keuze heb je nooit gekregen, om je leven aan te vangen. Men wordt ertoe gebracht te bestaan, door iets anders dat buiten jezelf ligt. Heidegger spreekt hierover met de term ‘Geworfenheit’ (‘de geworpenheid’). De aanvang van het bestaan is een brute act waarin je ongevraagd in het leven geworpen wordt.
Het bestaan is ons allen opgedrongen, en we kunnen niets anders dan te blijven bestaan totdat het niet-bestaan, de dood, er op een onbepaald maar onontkoombaar moment op volgt. In deze context, de dood als onvermijdelijke aangelegenheid, kan men ook spreken van de geworpenheid van de dood. Met andere woorden, de aanvang en de afsluiting van het leven berust op een toevalligheid, en het enige lot dat dat toevallige leven heeft, het noodlot, is de dood. Dit is een onveranderlijke orde en eenheid van de Natuur. Het leven is niets meer dan een onvrijwillige enkele reis, met als uiteindelijke eindbestemming ‘de dood’.
Het leven zelf, claustrofobisch geplaatst tussen de toevallige aanvang en onvermijdelijke afsluiting, is niets meer dan een aaneenschakeling van te ondernemen handelingen en eerder genomen beslissingen. Het betreft een absurd spel van oorzaak en gevolg, waarin het zelfbehoud, als een dictatoriale parasiet, de totalitaire macht heeft. Dit zelfbehoud is een oerinstinct, het zorgt ervoor dat de mens obsessief zijn toevallige leven in stand houdt, dat de mens zo lang mogelijk het arriveren op het eindstation tracht uit te stellen. Het zorgt ervoor dat de mens overleeft.
Zou dan, het bovenstaande in achting nemend, binnen ons bestaan met zijn toevallige aanvang en onvermijdelijke afsluiting, ‘overleven’ de enige drijfveer zijn tot leven?
Neen!
Naast overleven, is er namelijk nog iets wat als drijfveer van het
leven zelfs onontkoppelbaar verbonden is aan overleven, namelijk zingeving.
Zonder deze zingeving, bestaat er namelijk geen reden tot overleven (en dus leven),
behalve het overleven zelf. Maar, waar overleven vanuit een universeel
oerinstinct komt, is zingeving persoonsgebonden. We kunnen namelijk niet
spreken over de objectieve zingeving, omdat er altijd sprake is van de zin
die een individu geeft aan gebeurtenissen, handelingen, personen, etcetera.
Zingeving is daardoor altijd subjectief.
Al wat de mens onderneemt in zijn leven, is een afgeleide van overleven.
De subjectieve zingeving is daarin een verwoede poging tot het creeëren
van een hoopvolle betekenis omtrend het overleven en daarmee het verschaffen
van een legitimatie van het bestaan van de mens als wezen. Dit vormt de
illusionaire zin van het leven. Zonder deze zin, zou het leven, enkel om te
overleven, ondraaglijk zijn. Deze illusionaire zin van het leven is een
schepping van de onwetendheid (ignorance) en verbeelding (imagination) van
de mens, en wordt compleet gevoed (nurturing) door de subjectieve zingeving.
Dit continue voedingsproces van zingeving aan het overleven, is dus een
overlevingssysteem (survival) van het overleven, om zichzelf, en daarmee
ook het leven, in stand te houden. Het dient om het existentiële lijden
en het menselijk onbehagen omtrend de zinloosheid van zijn bestaan, te
verdoezelen. Dit voedingsproces dient als opium voor het volk, enkel om
te kunnen blijven gehoorzamen aan de dictatoriale parasiet, het zelfbehoud.
De cirkel is rond.
Je zou in het kort deze cirkel kunnen samenvatten met:
- we leven omdat we overleven.
- we overleven omdat we zin geven aan dat overleven.
- we geven zin aan dat overleven omdat we leven.
Het leven betekent zo lang mogelijk leven, en tijdens dat leven zo deaf, dumb & blind mogelijk zin geven aan het leven, om niet geconfronteerd te worden met de zinloosheid van het leven, omdat de realisatie van die zinloosheid wel eens fatale gevolgen zou kunnen hebben met betrekking tot het overleven en het leven zelf. De zingeving aan het leven, als sluier van de zinloosheid van het leven.
Met betrekking tot het bestaan kunnen we dus alleen van zin spreken, in het kader van ‘zingeving’. Het woord zingeving impliceert al dat er voor de zingeving geen zin was. Men geeft zin, aan iets wat ervoor geen zin had. Het bestaan heeft op het moment van aanvang al geen zin, en de zin die het zou krijgen tijdens het bestaan, is enkel een subjectieve zin ingefluisterd door de zingeving, als manipulatief instrument van de dictatoriale parasiet. Die zin van het bestaan is dus relatief, een illusie. Als men deze illusie doorziet, kan men in opstand komen tegen het totalitaire regime, de zichzelf-in-stand-houdende cirkel doorbreken, en in een ondraaglijk totale vrijheid leven.
Stel dat we er toch van uit zouden gaan dat het bestaan een absolute zin zou hebben, en er meer zou zijn dan het gestelde overlevings- en zingevingsmodel wat hiervoor geschetst is. Als we van een absolute zin van het bestaan zouden spreken, zou dat betekenen dat ieder bestaand, komend, en geweest leven daaraan verbonden moet zijn. Een absolute zin van het bestaan moet, door de absoluutheid ervan, dus een onomkoombare universele wetmatigheid zijn, en onderdeel vormen van eerdergenoemde onveranderlijke orde van de Natuur. Dat betekent dus ook dat ieder mens hierin zijn eigen functie heeft in die onveranderlijke orde van de Natuur. Dit zou duiden op een bepaalde individuele lotsbestemming, dat ieder leven met die voorbestemde functie in het leven geworpen is, enkel om die functie in uitvoering te brengen. Dat zou dus betekenen dat alles wat je doet, je complete handelen als mens zijnde, een afgeleide is van die onontkoombare universele wetmatigheid, daarmee compleet buiten eigen macht ligt, en het dus onnodig is om te bepalen wat het juiste handelen zou moeten zijn. We hoeven niet stil te staan over wat het juiste handelen zou zijn, want het handelen is al juist doordat we bestaan. Immers, je volgt de route die de zin van het leven voor je heeft uitgestippeld, en die route is juist, die route is zinvol. Anders zou de zin per definitie al zinloos zijn, toch?
Een bezinning over wat het juiste handelen zou moeten zijn van een mens gedurende zijn bestaan is dus enkel mogelijk als hij inziet en aanvaardt dat zijn leven per definitie geen zin heeft, dat zijn complete bestaan zinloos is, en dat zijn handelen gebaseerd is op de subjectieve zingeving met als enig doel overleven. In deze zinloosheid van het bestaan leeft men in een ondraaglijk totale vrijheid, het vrije bestaan. Enkel in dit vrije bestaan kan men zich bewust worden over de totale eigen verantwoordelijkheid over het bestaan, en daarmee verbonden, de totale eigen verantwoordelijkheid over het complete handelen als mens zijnde in het bestaan. Sterker nog :
Enkel en alleen vanuit de ondraaglijk totale vrijheid, kan men zich bezighouden met de kritische bezinning over het juiste handelen van de mens als wezen, ofwel de ethiek, en kan men komen tot het hoogste goed voor de mens als wezen.